Toptentoonstelling: Belgisch stripverhaal : een kruisbestuiving

In het stijlvol kader van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België
geeft «Belgisch stripverhaal : een kruisbestuiving», aan de hand van edendaagse
Belgische auteurs, een overzicht van honderd jaar stripverhaal. De
klemtoon ligt op de verbanden tussen de Belgische school en de grote stromingen
in het beeldverhaal op wereldschaal. De aanpak overstijgt de generaties,
is multidisciplinair en internationaal. De tentoonstelling bestaat inderdaad uit
twintig ruimtes in een specifieke enscenering. Elke ruimte is gewijd aan het werk
van een hedendaags auteur en aan zijn ‘persoonlijk museum’. Dit gunt een blik
op de lectuur uit zijn jeugd en op de grafische bronnen die hij voor zijn later eigen
werk benutte. Het persoonlijk museum brengt zowel hulde aan de “Anciens” van
het Belgisch stripverhaal als aan de reuzen van de strip uit de hele wereld. Naast
de uteurs die in de schijnwerper staan, is ook nog werk van een honderdtal
andere te zien. Zo hangen er originelen van grote Amerikaanse klassiekers zoals
Winsor McCay (Little Nemo), Alex Raymond (Flash Gordon), Schultz (Peanuts) of
uit Europa, zoals Pratt (Corto Maltese) of Tardi (Isabelle Avondrood).
De asten : Jean Van Hamme, Raoul Cauvin, Hermann, François Walthéry, Marvano,
Ptiluc, Benoît Sokal, Frank Pé, Didier Comès, Jean Dufaux, Bernard Yslaire,
François Schuiten, Philippe Geluck, Midam, Philippe Tome, Johan De Moor, Her
Seele, Jean-Philippe Stassen, Dominique Goblet Thierry Van Hasselt
geeft «Belgisch stripverhaal : een kruisbestuiving», aan de hand van edendaagse
Belgische auteurs, een overzicht van honderd jaar stripverhaal. De
klemtoon ligt op de verbanden tussen de Belgische school en de grote stromingen
in het beeldverhaal op wereldschaal. De aanpak overstijgt de generaties,
is multidisciplinair en internationaal. De tentoonstelling bestaat inderdaad uit
twintig ruimtes in een specifieke enscenering. Elke ruimte is gewijd aan het werk
van een hedendaags auteur en aan zijn ‘persoonlijk museum’. Dit gunt een blik
op de lectuur uit zijn jeugd en op de grafische bronnen die hij voor zijn later eigen
werk benutte. Het persoonlijk museum brengt zowel hulde aan de “Anciens” van
het Belgisch stripverhaal als aan de reuzen van de strip uit de hele wereld. Naast
de uteurs die in de schijnwerper staan, is ook nog werk van een honderdtal
andere te zien. Zo hangen er originelen van grote Amerikaanse klassiekers zoals
Winsor McCay (Little Nemo), Alex Raymond (Flash Gordon), Schultz (Peanuts) of
uit Europa, zoals Pratt (Corto Maltese) of Tardi (Isabelle Avondrood).
De asten : Jean Van Hamme, Raoul Cauvin, Hermann, François Walthéry, Marvano,
Ptiluc, Benoît Sokal, Frank Pé, Didier Comès, Jean Dufaux, Bernard Yslaire,
François Schuiten, Philippe Geluck, Midam, Philippe Tome, Johan De Moor, Her
Seele, Jean-Philippe Stassen, Dominique Goblet Thierry Van Hasselt
