Zenmeditatie
Aandacht… ja, aandacht benadert het best wat we doen bij zenmeditatie. Niets buitengewoons, niets bijzonders. Aandachtig zijn is evident en toch zo moeilijk.
Wanneer we aandachtig zijn, is er niets anders dan datgene waarop we onze aandacht richten. In de zenmeditatie is het object van onze aandacht onszelf, ons subjectieve zelf. Het ‘kleine’, subjectieve zelf verschilt in wezen niet van het absolute.
Het ‘ik ben’ is absoluut. ‘Vóór Abraham was, ben ik’ is een uitspraak uit het Johannes-evangelie. ‘Ik ben’ is niet in tijd en ruimte, maar tijd en ruimte zijn in “ik ben”.
Er is dus niets dat niet mij is. Niets te bereiken, niets te verwerven. Als je mij zoekt, vind je mij niet.
Daarom zei de Boeddha na zijn ontwaken : ‘Er is geen zelf’. Zelf in de betekenis van een afgescheiden, onafhankelijke entiteit. Indien we wel een zelf fantaseren, dan is er gehechtheid aan dat ‘hoogste goed’. Dat is de oorzaak van al het lijden. Daarom zijn we voortdurend met onszelf bezig i.p.v. Aandachtig te zijn voor de werkelijkheid hier en nu. Hier en nu zijn ongrijpbaar, voortdurend veranderend, nooit te grijpen of te be-grijpen.
Het vergt een groot vertrouwen om tijdens de meditatie onszelf te vergeten en op te gaan in nu en hier. De Japanse zenmeester Dogen zei: ‘Zen bestuderen, is zichzelf bestuderen. Zichzelf bestuderen, is zichzelf vergeten. Zichzelf vergeten, is bevestigd worden door alle bestaansvormen’.
Tijdens het zitten hoeft er niets te gebeuren. Het is ok. Ik zit en adem in en adem uit. Meer niet, want alles is ok.
we eindigen iedere zenmeditatie met volgende spreuk: “ Leven en dood zijn van het allergrootste belang. Snel vervliedt de tijd en kansen gaan voorbij. Laat ons ontwaken, ontwaken. Wees altijd gewaar, verdoe je leven niet.”
met guido mareels
Wanneer we aandachtig zijn, is er niets anders dan datgene waarop we onze aandacht richten. In de zenmeditatie is het object van onze aandacht onszelf, ons subjectieve zelf. Het ‘kleine’, subjectieve zelf verschilt in wezen niet van het absolute.
Het ‘ik ben’ is absoluut. ‘Vóór Abraham was, ben ik’ is een uitspraak uit het Johannes-evangelie. ‘Ik ben’ is niet in tijd en ruimte, maar tijd en ruimte zijn in “ik ben”.
Er is dus niets dat niet mij is. Niets te bereiken, niets te verwerven. Als je mij zoekt, vind je mij niet.
Daarom zei de Boeddha na zijn ontwaken : ‘Er is geen zelf’. Zelf in de betekenis van een afgescheiden, onafhankelijke entiteit. Indien we wel een zelf fantaseren, dan is er gehechtheid aan dat ‘hoogste goed’. Dat is de oorzaak van al het lijden. Daarom zijn we voortdurend met onszelf bezig i.p.v. Aandachtig te zijn voor de werkelijkheid hier en nu. Hier en nu zijn ongrijpbaar, voortdurend veranderend, nooit te grijpen of te be-grijpen.
Het vergt een groot vertrouwen om tijdens de meditatie onszelf te vergeten en op te gaan in nu en hier. De Japanse zenmeester Dogen zei: ‘Zen bestuderen, is zichzelf bestuderen. Zichzelf bestuderen, is zichzelf vergeten. Zichzelf vergeten, is bevestigd worden door alle bestaansvormen’.
Tijdens het zitten hoeft er niets te gebeuren. Het is ok. Ik zit en adem in en adem uit. Meer niet, want alles is ok.
we eindigen iedere zenmeditatie met volgende spreuk: “ Leven en dood zijn van het allergrootste belang. Snel vervliedt de tijd en kansen gaan voorbij. Laat ons ontwaken, ontwaken. Wees altijd gewaar, verdoe je leven niet.”
met guido mareels

